Goede voornemens

Ongeveer 70% van de Nederlanders stelt ze voor zichzelf op: goede voornemens. Maar nog voordat de laatste dennennaalden zijn opgezogen, de opgerookte ratelbanden zijn weggeveegd en de zoveelste familieruzie is opgelost (als deze ruzie al op te lossen valt) zijn ze alweer mislukt en eindigen ze in een teleurstelling die wordt verwerkt met datgene wat je nu juist niet wilde: het opentrekken van een zak chips, een week niet sporten of het roken van een sigaret en/of luisteren naar zielige muziek (of doe alleen ik dat laatste?) . Waar gaat het mis?

Ten eerste gaat het al mis bij het maken van goede voornemens voor het nieuwe jaar. Is het maken van goede voornemens dan niet verstandig? Ja, tuurlijk wel. Maar niet omdat het op 1 januari MOET, omdat goede voornemens er toch bij horen en omdat die fijne buurvouw ook goede voornemens heeft. De reden voor het opstellen van goede voornemens moet niet worden ingegeven door de start van een nieuw jaar of nieuwe periode. Goede voornemens moeten worden ingegeven door iets wat je wilt en kunt en door iets wat je overdacht hebt. Laat het goede voornemen de start zijn van een nieuwe periode! Laat een nieuwe periode niet de start zijn van goede voornemens.

Terug naar waar goede voornemens door moeten worden ingegeven: het willen, kunnen en overdenken. Want als we teruggaan naar de basiselementen, kunnen we ook herleiden naar waar het mogelijk fout gaat. En nog belangrijker: voorkomen dat het in de toekomst weer mislukt.

Het willen. Dit heeft te maken met motivatie. Simpel gezegd zijn er twee vormen van motivatie te onderscheiden: motivatie van binnenuit (intrinsieke motivatie) en motivatie van buitenaf (extrinsieke motivatie). Motivatie van binnenuit is sterk en een goede bron van motivatie. Motivatie van buitenaf, door anderen of een moment ingegeven veel minder sterk. Motivatie van binnenuit betekent dat je iets écht graag wil. En met goede motivatie kom je er, maar genoeg is het niet.

Het kunnen. Vaak stellen we ons grote doelen: 15 kilo eraf! 20 kilo eraf! Onrealistisch zijn niet, groot wel. Aan de ene kant willen we grote doelen bereiken, aan de andere kant snel resultaat zien. En dat botst. Want voordat die 15 kilo of zelfs 20 kilo eraf is, ben je al bijna weer toe aan nieuwe oliebollen. En zolang wachten tot het doel is bereikt? Dat werkt demotiverend, hoe sterk de motivatie van binnenuit ook moge zijn. Maak daarom kleine doelen, die bij elkaar opgeteld het grote doel weerspiegelen. En, werp er nog eens een kritische blik op. Is die 15 kilo echt realistisch? Of ben eigenlijk te dun?

Het overdenken. Goede voornemens veranderen in een doel zodra je ze opschrijft en/of uitschrijft. Een doel zonder plan, blijft slechts een droom. Hoe pak ik het aan? Wat gaan tussentijdse beloning zijn? Wanneer wil ik het bereikt hebben? Dit soort vragen moet je voor zichzelf helder hebben. Ga je aan een crashdieet of koolhydraatarm dieet? Met snel, maar slechts een kort resultaat? Of verander ik mijn eetpatroon voor de lange termijn? Hoe doet ik dat met uit etentjes? En wat nu als ik een verjaardag heb? En….?

U leest het al, de weg naar het doel ligt vol met drempels. Maar wanneer uw motivatie schokbestendig is, het kunnen kan meeveren met de kuiltjes in de weg en het plan goed stevig in elkaar zit, dan weet ik zeker dat u zonder al te veel krasjes bij het doel komt!

 

Bedankt voor het lezen! Tot de volgende blog!

Marjolein den Breejen